Warme innovatie plaatst personen met mentale achteruitgang in de spotlight

Warme technologie zet mensen met dementie centraal

Warme innovatie is een gebruiksvriendelijke, niet-stigmatiserende innovatie gericht op wat mensen met een mentale achteruitgang nog kunnen. Deze week is het onderzoek naar dit onderwerp aan de TU/e ​​officieel door Expertisecentrum Dementie aangemerkt als knowhow. Technologie maakt de onderzoekers Rens Brankaert & Wijnand de 6e competentiefaciliteit van dit bedrijf, en ook de eerste die zich vooral op innovatie concentreert. “Met warme technologie willen we leven toevoegen aan de jaren, in plaats van alleen maar jaren aan het leven toe te voegen.”

Wijnand Ijsselsteijn en ook “Warme technologie gaat over het geven van een stem aan mensen met dementie. In plaats van met onze eigen oplossingen te komen, gaan we uit van wat zij zelf willen, hun eigen behoeften en uitdagingen. Kijk, aan de TU/e ​​hebben we veel expertise op het gebied van design en technologie. Dat is natuurlijk mooi meegenomen, maar het risico is dat je alles vanuit dat perspectief gaat bekijken. Dat zie je vaak gebeuren bij bijvoorbeeld kunstmatige intelligentie, waar je onderzoekers hun eigen technologische oplossingen ziet 'duwen'. Met 'warme technologie' willen we precies het tegenovergestelde doen: we nemen de concrete vraag die mensen hebben als uitgangspunt.”

Rens Brankaert IJsselsteijn, initiatiefnemers van de faciliteit, maakt duidelijk hoe gezellig innovatie mensen met een mentale achteruitgang kan helpen. “Mensen zijn ervaringsdeskundigen, zij weten het beste wat hen zal helpen. Daarom ontwerpen we technologie met mensen in plaats van voor mensen. Natuurlijk kunnen mensen met dementie dit niet altijd verbaal uiten, dus je moet dit faciliteren. Hoe introduceer je bijvoorbeeld een ingewikkeld begrip bij iemand met dementie? Dat is een heel lastige vraag. Dan heb je het niet meer zozeer over technologie, maar over samenwerking en communicatie.”

Mens:

Wijnand Ijsselsteijn: “In de medische wereld wordt veel gepraat over empowerment en mensen meer regie geven over hun eigen zorgproces. Dat klinkt mooi, maar voor 90 procent van de mensen die zorg nodig hebben, is het gewoon niet waar. Dat kunnen ze gewoon niet en willen ze ook niet. Dat zie ik bij mijn eigen moeder, die de ziekte van Alzheimer heeft. Met onze 'warme technologie' gaan we uit van de persoon zelf, in wat wij een 'mensgerichte' benadering noemen. Door direct met mensen te praten, het liefst in hun eigen omgeving, verzamelen we wat ze zelf willen.”

Rens Brankaert-gerichte inrichting”Een mooi voorbeeld van onze werkwijze is het VITA kussen, dat we samen met zorgorganisatie Pleyade ontwierpen voor mensen in een latere fase van dementie. Het ziet eruit als een gewoon kussen, maar door de gekleurde oppervlakken aan te raken, kun je persoonlijke muziek- en spraakbestanden afspelen. Bij het ontwerpen van dit kussen hadden we twee principes. Allereerst co-creatie, waarbij samen met de doelgroep de ontwerpkeuzes worden gemaakt. En ten tweede wederkerigheid, waarbij je ervoor zorgt dat niet alleen de onderzoeker maar ook de doelgroep er iets uithaalt. We zijn begonnen door een speaker in een kussen te leggen, en hebben toen gekeken hoe dat bij de doelgroep belandde. Je zou kunnen zeggen dat het ontwerpproces een soort 'technology sketching' is: je kijkt naar wat past en wat werkt, en leert samen of het aanslaat of niet. Die je vervolgens in een iteratief proces steeds weer bijstelt.”

Robot:

Wijnand Ijsselsteijn: “In dit verband is het misschien leuk om te vertellen wat er met mijn moeder is gebeurd toen haar hond stierf. Daar heeft ze echt veel last van gehad. Twee weken na de dood van de hond kochten we een robotkat voor haar om te kijken hoe ze erop zou reageren. En het bleek dat die kat al snel het enige was waar ze over kon praten. De kat werd de hond.

De intensiteit van die emotionele relatie met de robot verbaasde me echt. En het gaat niet weg; meer dan een jaar later is het nog steeds even sterk. Dus je ziet in het geval van mijn moeder dat een robot werkt echt heel goed werkt. Eigenlijk werkt het soms te goed. Dan gaat ze maar door over de kat, terwijl jij ook over andere dingen wilt praten.”

Rens Brankaert katachtig”Dit ​​raakt een belangrijk punt. Kinderen en partners vinden het soms heel moeilijk om te accepteren dat hun naaste dementie heeft. Ook daar wil je in je ontwerp rekening mee houden. Hoe kunnen we de mensen om hen heen helpen om goed met de verandering om te gaan? Je moet dus een stap verder gaan dan alleen de persoon met dementie, maar je kijkt ook naar het hele sociale systeem om hem heen, zoals diens mantelzorgers en professionele mantelzorgers.”

Wijnand Ijsselsteijn: “Mantelzorgers kunnen juist heel actief bijdragen aan warme technologie. Neem het VITA kussen, waar mantelzorgers hun eigen stem of die van hun kinderen kunnen uploaden en laten spelen. Dit betekent dat je direct betrokken wordt, waardoor het gevoel ontstaat dat het een gezamenlijke inspanning is. Het maakt warme technologie niet alleen warm voor de persoon met dementie, maar ook voor de mensen om hen heen.”

fopspeen

Rens Brankaert: “Warme technologie gaat ook over de intentie waarmee je technologie inzet. Je wilt niet dat verplegend personeel het VITA-kussen gebruikt als een soort 'technologische fopspeen': "Hier is het kussen, ga in een hoekje zitten en je bent een half uur in orde, en dan zien we wel." Jij: "

"Dus waar ze het individu met mentale achteruitgang informeren: als kan ook de opvulling gebruiken om een ​​discussie te beginnen en ook om te bellen."

Wijnand Ijsselsteijn: “Warm, de belangrijkste faciliteit van knusse innovatie is niet om de behandeling veel effectiever te maken, al kan dat een mooie stimulans zijn. Als verzorgers van familieleden onze apparaten gebruiken om ervoor te zorgen dat mensen met een mentale achteruitgang rustiger worden en ook veel minder snel in paniek raken, is dat natuurlijk een regelrechte overwinning, omdat het verlichting biedt voor de belangrijkste procedures in de behandeling. niet praktisch gereedschap. Nederland kan ook de inrichting zijn van een omgeving die positief is om in te verblijven en ook om kennis mee te maken. Want is een begeleid wonen faciliteit in de The waar een echt vooruitstrevend hoofd zijn wijk voorzag volgens wat de burgers momenteel herkennen. Zo is er een kleine kerk waar spirituele liederen worden gespeeld, evenals een kleine coffeeshop. “

Rens Brankaert: “Ook het personeel loopt in eenvoudige kleding in plaats van klinische kledij. En fantastisch punt is dat het niet alleen de punten verhoogde voor individuen die als burgers bestonden, maar ook voor het personeel. Maar de verzuimprijs daalde van 15 procent naar minder dan 5 procent. Er is een verscheidenheid aan dilemma's die in 3 jaar tijd zijn gedaald tot een 2e. “

Rens Brankaert: ”Voor dit soort inspanningen heb je leiders nodig die openstaan ​​voor transformatie en die ook het risico lopen te breken met wat gebruikelijk is in de medische zorg. " Maar dat is niet alles. Ook moet je de tools die je ontwikkelt naar de instellingen brengen en daar mensen voor opleiden. Mensen met dementie zijn niet altijd bereikbaar. Je moet het organiseren en ethisch goed inlijsten. Hoe doe je dat op een goede manier?”

Wijnand is daar nog een wereldbol te winnen.” Wat dat betreft hebben we in Alzheimer Nederland natuurlijk een heel belangrijke bondgenoot. Ze zijn erg geïnteresseerd en denken met ons mee. Het zou mooi zijn als de verzekeraars het voortouw nemen.

Waarschijnlijk zien ze het verdienmodel nog niet helemaal. En toch kun je met warme technologie zeker winst maken op het gebied van preventie, het terugdringen van ziekteverzuim onder zorgpersoneel en het verminderen van het gebruik van kalmerende middelen. In de wereld van Alzheimer gaat nog steeds veel geld naar psychofarmaca en geneesmiddelenonderzoek. Maar we geloven dat deze ziekte de komende decennia niet zal verdwijnen. Daar heb je dus nu mee te maken en waar warme technologie kan helpen.”

Verder zie ik uit de reacties op ons principe dat mensen het echt aanbevelen en ook een beetje een 'aha-minuten' hebben.

Rens Brankaert IJsselsteijn: “Een andere uitdaging zijn de leveranciers van de technologie. Bedrijven moeten natuurlijk geld verdienen en hebben niet altijd de tijd om veel iteraties te maken of langdurig onderzoek te doen naar de effecten. Ook zie je dat bedrijven nog steeds veel nadruk leggen op sensoren die een seintje geven als er iets aan de hand is. Inmiddels zijn er in Nederland veel bedrijven die een soortgelijk monitoringsysteem op de markt brengen.

Ik daag deze bedrijven uit om met ons mee te denken hoe het anders kan, hoe we hun dienstverlening kunnen uitbreiden en verbeteren. Maar dat is een lastige stap, ook omdat wij als wetenschappers soms kansen missen. Dan maken we een prototype en schrijven er een paper over, en dat is het.”

Wijnand-sensoren en ook touchscreens”We moeten ook echt van al die kleine schermen en touchscreens af. De wereld is gewoon geen glasplaat waarachter dingen gebeuren die je indirect kunt aanraken. De wereld heeft reliëf en vorm, en het is precies deze multi-zintuiglijke rijkdom die je wilt proberen terug te brengen. Ook artificiële intelligentie kan hierin een rol spelen, juist omdat het adaptief is, het kan leren van veranderende omstandigheden en gebruikers.”

“Een belangrijk uitgangspunt van warme technologie is ook dat de technologie onzichtbaar wordt. Het product of de dienst doet gewoon wat het moet doen, en doet het heel goed, en de technologie verdwijnt naar de achtergrond. En vergeet de vormfactor niet. De gereedschappen die we maken moeten niet alleen werken, ze moeten ook mooi zijn en mensen niet stigmatiseren wanneer ze binnenshuis worden gebruikt. Zodat mensen zich met hen kunnen identificeren en trots op hen kunnen zijn.”

Revolutie

Rens Brankaert: “Uiteindelijk komt het erop aan om met warme technologie leven aan jaren toe te voegen, in plaats van alleen maar jaren aan het leven. Dit vereist min of meer een revolutie binnen ons hele zorgsysteem. De nieuwe samenwerking tussen ons Expertisecentrum Dementie & Technologie en Alzheimer Nederland wil daar de drijvende kracht achter zijn.”

Wijnand IJsselsteijn: “We hopen dat het ECDT op termijn een eigen leven gaat leiden, dat we niet langer het epicentrum zijn, maar dat het op vele manieren wordt uitgedragen door mensen, die er ook eigenaar van worden. Ik zie een lerend netwerk voor me, waarin je kennis en ervaringen op een zeer gelijkwaardig niveau uitwisselt, niet alleen op academisch niveau, maar ook met de zorgprofessional, en met de getroffenen, de mantelzorgers, de mensen met dementie. Voor mij zijn dat de volgende stappen voor ons Expertisecentrum.”: (*) IJsselsteijn: (*).